volgens het hof hebben de bv en de gemeente vanaf het begin steeds de bedoeling gehad om een canonvrij, eeuwigdurend erfpachtrecht overeen te komen. zij hebben dus nooit de bedoeling gehad om een erfpachtrecht te vestigen tegen betaling van een periodieke canon. in dat geval geldt de waarderingsregel van artikel 11 wbrv (en artikel 2 uitvoeringsbesluit wbrv) niet en moet de ovb worden berekend op basis van de afkoopsom.