De FE vindt dat de TNMM-vergoedingen en RPSM-betalingen – als omzet waarvoor recht op aftrek bestaat – meetellen in de pro-rata-berekening voor de btw-aftrek op de gemengde kosten. De inspecteur wil de afspraken alleen ongewijzigd voortzetten.

Uitspraak Hoge Raad
Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk, maar de FE tekent cassatieberoep aan bij de Hoge Raad. De Raad stelt vast dat de FE na 2015:

  • de afspraken over de pro-rataberekening van de btw-aftrek voor de gemengde kosten voor de effectentransacties wil voortzetten;
  • voor de btw-aftrek voor de diensten aan de buitenlandse dochter-bv’s wil uitgaan van de wettelijke regeling (artikel 15 Wet OB en 11 Uitvoeringsbeschikking).

De Hoge Raad stelt ook vast dat de FE voor het vaststellen van de omvang van haar aftrekrecht met betrekking tot de gemengde kosten alles mag aandragen om de omvang van die aftrek te bewijzen. In dat kader neemt de FE het standpunt in dat vergoedingen voor effectentransacties kunnen worden bepaald volgens een methode die uitgaat van het brutohandelsresultaat van transacties in een bepaalde periode. Het hof had dit standpunt moeten onderzoeken, maar heeft dat nagelaten. De zaak moet daarom worden verwezen naar Hof Den Haag.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief