hof den bosch oordeelt dat de afwaarderingen onzakelijk zijn. de bv heeft geen acties ondernomen om de vorderingen te innen. ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij invorderingsmaatregelen achterwege kon laten, omdat de zonen geen verhaal zouden bieden. het hof acht het aannemelijk dat de afwaarderingen zijn ingegeven door de wens van de aandeelhouders om de kwestie met de velgen en de daaruit voortgekomen vorderingen op te lossen, en daarmee wrevel in de familiesfeer te voorkomen. dit is geen zakelijke reden. de onzakelijke afwaardering kan niet ten laste van de winst worden gebracht.
vrijval hir
de rechtbank oordeelt dat de in 2005 gevormde hir van € 1,5 miljoen uiterlijk in 2008 had moeten vrijvallen in de winst door het ontbreken van een herinvesteringsvoornemen. de bv heeft de hir dan ook onterecht op haar balans laten staan. de inspecteur mag de hir met toepassing van de foutenleer laten vrijvallen in de winst over 2016; het oudste nog openstaande jaar. dit is ook niet in strijd met de algemene beginselen van bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het fair play-beginsel en het vertrouwensbeginsel.