tijdens de zitting bij de rechtbank neemt de bv ook het standpunt in dat er sprake is van twee hoofdprestaties: de rondvaart en het eten en drinken. ook daarover oordeelt de rechtbank dat de bv niet aannemelijk maakt dat er sprake is van twee zelfstandige hoofdprestaties, waarop uitsluitend het 6%-tarief van toepassing zou zijn.