Hof Den Bosch oordeelt dat de prestaties van de bv kwalificeren als het verlenen van toegang tot een bioscoop. Een bezoeker krijgt tegen vergoeding toegang tot een evenement, waarbij een film aan het publiek wordt vertoond. Het vertonen van de film is bovendien de hoofdprestatie en de wandeling in het park is daaraan ondergeschikt. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat:
- een toegangsbewijs alleen toegang geeft tot het parcours en niet tot het hele park;
- gemiddeld genomen het merendeel van de wandeling bestaat uit het bekijken van de film (30 van de 45 minuten durende wandeling); en
- een toegangsbewijs € 23 kost, terwijl een toegangsbewijs voor een normaal bezoek aan het park € 8 kost.
Van onvoldoende belang is volgens het hof dat:
- de film in gedeelten wordt vertoond;
- een bezoeker de mogelijkheid heeft om gedeelten vaker te bekijken; en
- dat de film niet zittend wordt bekeken.
Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een meer individuele belevenis vergeleken met een klassieke bioscoop. De samenstelling van de groep bezoekers verandert weliswaar tussentijds doordat bezoekers de voorstelling op eigen tempo beleven, maar per tijdslot worden maximaal 280 bezoekers toegelaten. De film wordt ook samen met andere bezoekers bekeken. Die situatie is niet vergelijkbaar met een situatie waarin een bezoeker een film of filmfragment individueel bekijkt, bijvoorbeeld in een privécabine of thuis. De omstandigheid dat het evenement buiten plaatsvindt acht het hof niet van belang, omdat dit ook geldt voor elke openluchtbioscoop.