voor het overige oordeelt het hof dat de bv geen recht op btw-aftrek heeft tijdens de leegstandsperiode. slechts het voornemen om het kantoorpand weer te verhuren (belast of vrijgesteld) is daarvoor onvoldoende. alleen als de bv tijdens de leegstandsperiode het voornemen heeft om belast te gaan verhuren, kan zij ook tijdens de overige duur van de leegstandsperiode de btw over de instandhoudingskosten in aftrek brengen. zij moet dat voornemen dat wel aannemelijk kunnen maken. dit kan eenvoudig door bijvoorbeeld te wijzen op de ‘te huur aangeboden’ advertentie, waarin een btw-belaste (ver)huur wordt aangeboden.