de in 2018 toegekende melkveefosfaatrechten kwalificeren dus als bedrijfsmiddel, waarvoor bij vervreemding een herinvesteringsreserve kan worden gevormd. bedrijfsmiddelen zijn de tot het bedrijfsvermogen behorende zaken of voorwerpen, die als duurzame kapitaalgoederen het vaste kapitaal van het bedrijf vormen en meer dan één productieproces meegaan. voor de omzet bestemde voorwerpen kunnen dus geen bedrijfsmiddelen zijn. ook onlichamelijke zaken, zoals octrooien, patenten en fosfaatrechten kunnen zonder twijfel bedrijfsmiddel zijn. de belastingdienst stelt dat hier geen sprake is van een bedrijfsmiddel. bij de toekenning van de fosfaatrechten op 1 januari 2018 had de eiser namelijk niet de intentie om de fosfaatrechten duurzaam voor de onderneming te gaan gebruiken. het was zijn intentie om deze rechten (direct) na toekenning te verkopen en ze zijn in 2018 dan ook verkocht.
leg intentie tot eigen gebruik goed vast
de belastingplichtige maakt echter aannemelijk dat hij op januari 2018 het voornemen had om de bestaande onderneming uit te breiden. daartoe waren al eerder initiatieven ondernomen. in de loop van 2018 traden evenwel wijzigingen op. zo werd begin 2018 een terugloop van de vraag verwacht en ontstond er onzekerheid over de pas-vergunning. maar stel nu dat deze agrarische ondernemer altijd al van plan was geweest om na 1 januari 2018 zijn fosfaatrechten te verkopen. volgens de belastingdienst is er dan geen sprake van een bedrijfsmiddel. de rechten zijn echter vastgesteld op basis van cijfers uit 2015. dit impliceert dat de boer al jaren gebruik heeft gemaakt van zijn recht om fosfaat te produceren. helaas gaat de rechtbank in deze procedure niet in op de vraag of dat gegeven voldoende is om te kwalificeren als bedrijfsmiddel. wij adviseren daarom om de intentie van agrarische ondernemers met de fosfaatrechten en/of andere nog te ontwikkelen rechten, zoals stikstofrechten, goed vast te leggen.