de staatssecretaris had reeds op 28 april 2022 per brief aan de tweede kamer de contouren van het rechtsherstel geschetst. het beleidsbesluit vormt de formele uitwerking hiervan. bij het rechtsherstel wordt uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen banktegoeden, overige bezittingen en schulden. voor elke vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. voor bijvoorbeeld het jaar 2021 zijn die percentages vastgesteld op 0,01% voor banktegoeden, 5,69% voor overige bezittingen en 2,46% voor schulden. het rendementspercentage wordt vervolgens berekend door het berekende rendement te delen door de rendementsgrondslag.
het box-3-voordeel wordt uiteindelijk vastgesteld door het berekende rendementspercentage te vermenigvuldigen met de grondslag voor sparen en beleggen (dat is na aftrek van het heffingvrije vermogen). in de bijlage bij het beleidsbesluit wordt een drietal rekenvoorbeelden uitgewerkt. overigens kunnen belastingplichtigen die het niet eens zijn met het aangeboden rechtsherstel nog een verzoek om ambtshalve vermindering indienen.
rekenmodel rechtsherstel box 3 voor jaar 2021
fiscount heeft een rekenmodel beschikbaar gesteld op de modellenbank waarmee eenvoudig berekend kan worden of en hoeveel recht op teruggaaf van inkomstenbelasting voor het jaar 2021 bestaat op grond van het geboden rechtsherstel. de rekenmodellen voor de jaren 2017 tot en met 2020 zullen binnenkort beschikbaar worden gesteld. voor het jaar 2022 zijn de forfaitaire rendementspercentages per vermogenscategorie overigens nog niet vastgesteld.