commentaar
volgens de regeling aanwijzing dga 2016 is er pas sprake van nevengeschiktheid als de aandelen gelijk of nagenoeg gelijk zijn verdeeld onder de bestuurders. bij een verhouding van 22/18/10 is dat duidelijk niet het geval. op basis van de feiten in de uitspraak zou de conclusie moeten zijn dat betrokkene verzekerd is voor de ww. dit omdat zij een arbeidsovereenkomst heeft, haar eigen ontslag niet kan tegenhouden en omdat de bestuurders ook niet nevengeschikt zijn.
de rechtbank in utrecht besliste echter dat de bestuurder van deze bv níet verplicht verzekerd is voor de ww. verder overwoog de rechtbank hierbij dat betrokkene aan de hand van de feitelijke situatie niet heeft aangetoond daadwerkelijk ondergeschikt te zijn geweest aan de twee andere aandeelhouders. hierdoor zou zij dan mogelijk alsnog verzekerd zijn voor de ww. de rechtbank slaat hier de plank mis, omdat de regeling aanwijzing dga 2016 die (tegenbewijs)mogelijkheid helemaal niet kent. als de rechtbank dus oordeelt dat de uitzondering voor nevengeschiktheid van toepassing is, dan is betrokkene niet verzekerd en is tegenbewijs niet meer mogelijk.
zo zien we maar weer: zelfs rechters hebben moeite met de beoordeling van de verzekeringsplicht.
heb je vragen over de verzekeringsplicht, neem dan contact op met onze adviseur loonheffingen, hans tabak, via h.tabak@fiscount.nl.