commentaar
het hof oordeelt dat niet blijkt dat de bestelauto feitelijk niet geschikt is om te worden gebruikt voor andere doeleinden dan het vervoer van goederen. de enkele stelling dat de land cruiser in het kentekenregister staat geregistreerd als bestelwagen met inrichtingscode ‘opleggertrekker’ is daarvoor onvoldoende. in dit geval is het, gelet op de inrichting van de land cruiser, niet de enkele aanwezigheid van een bijrijdersstoel die maakt dat de land cruiser niet (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.
geschiktheid voor vervoer goederen
uit de door de werkgever overgelegde foto’s blijkt ook niet dat de land cruiser beschikt over een bijzondere inrichting voor het vervoer van goederen. volgens de werkgever bestaat de bijzondere inrichting uit de verwijderbare achterkant en de in de laadruimte opgenomen koppelschotel. die koppelschotel is verborgen onder de laadvloer en is uitklapbaar. uit de foto’s blijkt dat de land cruiser over 5 volwaardige zitplaatsen beschikt – ook als de achterkant is verwijderd. is de achterkant niet verwijderd en wordt de koppelschotel niet gebruikt, dan beschikt de land cruiser zelfs over een reguliere kofferruimte. dit maakt dat de land cruiser niet (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. ook de stelling van eiseres dat de land cruiser vies en stoffig is, is niet voldoende om te bewijzen dat de auto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.
het voorgaande betekent dat de land cruiser geacht wordt ook voor privédoeleinden ter beschikking te hebben gestaan aan de dga. de dga heeft voor de bestelauto geen kilometeradministratie bijgehouden en ook op andere wijze niet doen blijken dat de bestelauto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt. gelet daarop heeft de belastingdienst terecht de correctie privégebruik auto aangebracht. de hoge raad oordeelt dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.