meestal is dat zo. in artikel 19, eerste lid letter b successiewet worden aanverwanten gelijkgesteld aan bloedverwanten. stel nu dat jan, de zoon van het grootouderpaar, is getrouwd met nienke, die al een dochtertje had, femke. femke is dus een aanverwant van jan. en jan is een bloedverwant van zijn ouders. die ouders nemen femke op in hun testament met een kleinkindlegaat. door de gelijkstelling van artikel 19-1-b successiewet wordt femke fictief als een bloedverwant van jan aangemerkt. en dus ook als een bloedverwant van jans ouders. de kleinkindvrijstelling is dus van toepassing. wanneer dan niet? dat is het geval als jan een stiefvader of stiefmoeder heeft, die femke ook bedenkt met een kleinkindlegaat. dan is femke voor de stiefmoeder van jan een aanverwant van een aanverwant. in dat geval geldt de gelijkstelling niet.

tip
heeft je cliënt kleinkindlegaten in zijn of haar testament opgenomen en zijn er bonuskleinkinderen ? breng dan onder de aandacht dat ook die kleinkinderen doorgaans de vrijstelling kunnen genieten.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief