slechts als de specifieke aard van de bor daarom vraagt, wordt hierop een uitzondering gemaakt. die doet zich hier niet voor. de hoge raad noemt als uitzonderingen die volgen uit de aard van de bor:

  • de doorschuifregeling van artikel 3.63 wet ib 2001; en
  • de inbreng van een onderneming in een samenwerkingsverband, waarbij de winstgerechtigdheid wijzigt en waarbij een voorbehoud stille reserves is gemaakt.

de specifieke aard van de bor vraagt niet om een uitzondering als enkel de exploitatie wijzigt door de overgang naar verhuur van de zelf geëxploiteerde onderneming.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief