het hof overweegt dat de indeling in een sector geschiedt naar de aard van de door de werkgever verrichte werkzaamheden en op basis van de functie die de werkgever in het maatschappelijke verkeer vervult.

commentaar
volgens een interne instructie van de belastingdienst zijn werkgevers die zich primair bezighouden met het – op bestelling door overwegend particulieren – op maat vervaardigen, leveren en plaatsen van veranda’s, serres en pergola’s, aangesloten bij sector 3, bouwbedrijf. de werkgever in deze zaak houdt zich voornamelijk bezig met de verkoop en plaatsing van veranda’s en tuinkamers (overwegend van aluminium) aan bestaande bouwwerken. gaan veranda’s, tuinkamers, carports en terrasoverkappingen deel uitmaken van een (bestaand) bouwwerk? dan geldt volgens het hof dat dit wordt beschouwd als een uitbreiding van het bouwwerk (een aanbouwsel). er is dan sprake van het bouwen/de vervaardiging van accommodaties c.q. het scheppen van (verblijfs)ruimten.

het hof oordeelt daarbij dat het niet van belang is van welk soort materiaal of materialen het bouwwerk wordt vervaardigd. volgens het hof is de werkgever terecht als bouwbedrijf aangemerkt. dat de werkgever zich een metaalbedrijf voelt en geen bouwbedrijf, is niet bepalend voor de sectorindeling. ook het feit dat de werknemers deelnemen aan het pensioenfonds metaal & techniek is niet relevant.

heb je vragen over sectorindeling? neem dan contact op met onze adviseurs loonheffingen, janita klomp of hans tabak.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief