we nemen als voorbeeld de heer en mevrouw de boer, die een og-portefeuille hebben aangelegd met een waarde (in box 3) van € 2.000.000, gefinancierd met een lening van de bv van € 700.000 en een lening van de bank of derden van € 1.150.000. zonder maatregelen kan de heffing in 2023 als volgt worden vastgesteld:

over de bezittingen wordt 6,17% belast, ofwel € 123.400. over de schulden wordt naar verwachting 3% in aftrek toegelaten, ofwel € 55.500. het saldo bedraagt € 67.900 en wordt belast tegen 32% naar evenredigheid volgens de breuk 36.000/150.000. de box-3-heffing bedraagt dus € 5.214. als de heer en mevrouw de boer nog voor 1 januari een schenking doen van € 37.000, bijvoorbeeld aan hun kinderen, dan wordt het saldo van bezittingen en schulden lager dan het heffingsvrije vermogen. de box 3-heffing wordt daardoor nihil. eventueel verschuldigde schenkbelasting kan makkelijk uit. bovendien kun je deze heffingen niet vergelijken; familie de boer kan beter schenkbelasting betalen dan inkomstenbelasting in box 3.

uiteraard is het hier wel opletten geblazen. stel dat er ook bedrijfspanden in de portefeuille zitten. als de inspecteur de waardering in box 3 van deze panden met een klein bedrag kan corrigeren, wordt de correctie groot. immers, het saldo kan daardoor uitstijgen boven de heffingsvrije grondslag.

tip
heb je cliënten die geleend beleggen en met het saldo van hun bezittingen en schulden in box 3 de heffingsvrije grondslag benaderen? wijs hen dan op het bovenstaande.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief