de btw-sportvrijstelling is in 2019 uitgebreid met diensten aan niet-leden van sportorganisaties. de vrijstelling ging ook gelden voor diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding, maar bleef in alle gevallen beperkt tot niet-winstbeogende organisaties. zodoende bleef de commerciële exploitatie van een sportaccommodatie (denk aan sportscholen) belast met 9% btw. met de uitbreiding van de sportvrijstelling kwam ook het recht op aftrek te vervallen van in rekening gebrachte btw voor gemeenten en sportverenigingen en -stichtingen. wél werd er voorzien in een ruime overgangsregeling.

ruime overgangsregeling

sportorganisaties en gemeenten die op basis van de oude regels een sportaccommodatie btw- belast ter beschikking stelden en louter op basis van de verruiming van de sportvrijstelling per 1 januari 2019 binnen de sportvrijstelling vielen, hoefden op basis van de voorgestelde overgangsregeling de in aftrek gebrachte btw niet te herzien (lees: terug te betalen). ook voor sportaccommodaties waarvan de bouw al vóór 1 januari 2019 was gestart – maar die pas na die datum werden opgeleverd en in gebruik genomen – kon de btw op de bouwtermijnen volgens het overgangsrecht toch nog volledig in aftrek worden genomen, mits de aftrek op basis van de oude regels was toegestaan.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief