over het algemeen is het financieren van commercieel vastgoed bij de grootbanken (rabobank, abn amro en ing bank) steeds lastiger geworden. zeker als het minder courante objecten zijn (winkels, horeca, etc.). daarnaast zijn gespecialiseerde vastgoedfinanciers ingesprongen op deze markt. de beoordeling van de financiering is in de regel primair gericht op huurstromen en maximale loan to value (hoogte van de schuld ten opzichte van de waarde van het object). wat deze aanvraag complex maakte, was de hoogte van de gevraagde financiering ten opzichte van de investering, en het feit dat de investering voor een deel ook winkelruimte betrof. factoren die het risico hier beperkten, waren de mogelijkheid tot het onderzetten van overig onroerend goed (verhuurde appartementen) en/of de eigen inbreng van middelen.
verschillen in beeld
uit onderstaand overzicht kun je aflezen hoe de financieringsoplossingen van de verschillende partijen van elkaar kunnen afwijken:

wat is het meest gunstig?
in deze casus mogen we concluderen dat een concurrerende bank de scherpste rente kan bieden. ook kan deze bank de gewenste leensom verstrekken. daar staat wel tegenover dat deze bank een hogere aflossing eist. stel dat deze relatie alleen bij zijn huisbank de aanvraag had voorgelegd. dan was niet voldaan aan de gewenste financieringsoplossing, tegen de scherpste voorwaarden. de vastgoedfinanciers in deze casus brengen weliswaar een hogere rente in rekening, maar ze hanteren daarentegen wel een lager aflossingsniveau. met verstand van vastgoed kan er ook snel met deze partijen worden geschakeld.