die fiscale gevolgen zijn niet zo best. als voorbeeld nemen we dat de polis € 1.000.000 uitkeert, overeenkomstig de waarde van 50% van de aandelen in de tussenholding. om te beginnen moet er vennootschapsbelasting worden betaald. daarna resteert nog ca € 760.000. daarover is op termijn (niet nu) inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd, en uiteindelijk is dat circa € 204.000. ten slotte is de voortzettende broer erfbelasting verschuldigd, en wel 30-40% over (€ 760.000 – 6,25%), ofwel ca € 270.000. ergo, als alle mist is opgetrokken, bedraagt de heffing over deze uitkering ruim € 710.000. op deze manier heeft het dus helemaal geen zin. de heffing van erfbelasting wordt gebaseerd op artikel 13a sw. immers, de aandelen van de voortzettende broer stijgen in waarde als gevolg van het overlijden van de andere broer. dat is een onbedoeld neveneffect, maar het doet zich niettemin wel voor.

 

tip

heb je cliënten die met familieleden in zaken zijn en kruislings een compagnonsverzekering hebben afgesloten? let er dan op dat de polissen niet door de bv zijn afgesloten en dat de premie niet in aftrek wordt gebracht. moet dat toch, wijs er dan op dat dan het verzekerde bedrag moet worden verdrievoudigd. de premie wordt lager naarmate de looptijd van de polis korter is.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief