de zekerheden betreffen een recht van hypotheek op het bedrijfspand en een pandrecht op alle aan het bedrijf verbonden roerende zaken en deze zijn aangegaan voor alle bestaande en toekomstige verplichtingen. de bedongen borgstellingsvergoeding bedroeg slechts 1%. geen enkele onafhankelijk derde zou tegen een vergoeding van 1% – of welk ander percentage dan ook – bereid zijn geweest om eenzelfde zekerheid- en borgstelling te aanvaarden onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. doordat de borg- en zekerheidstelling gelden voor alle bestaande en toekomstige verplichtingen, is er feitelijk sprake van een onbegrensde aansprakelijkheid zonder dat daar een marktconforme vergoeding tegenover staat. daar komt bij dat er sprake is van een risicovolle onderneming.