het gaat om de volgende correctiegrenzen:
- bij het vaststellen van de aanslag of een naheffingsaanslag brengt de inspecteur een correctie aan als de verschuldigde belasting of premies of inkomensafhankelijke bijdrage zvw tezamen als gevolg van de correctie € 225 of meer bedragen.
- bij het vaststellen van een navorderingsaanslag brengt de inspecteur een correctie aan als de verschuldigde belasting of premies of inkomensafhankelijke bijdrage zvw als gevolg van de correctie € 450 of meer bedraagt.
- bij het vaststellen van de aanslag ib of vpb of een verliesbeschikking brengt de inspecteur een correctie aan als het verzamelinkomen dan wel de belastbare winst daardoor ten minste € 500 hoger wordt.
- de inspecteur stelt een navorderingsaanslag ib of vpb of een herziening van de verliesbeschikking vast als het verzamelinkomen, dan wel de belastbare winst daardoor, ten minste € 1.000 hoger wordt.
verder wordt een aantal uitzonderingen op de correctiegrenzen gegeven. zo gelden de correctiegrenzen niet als de belastingplichtige daarop inspeelt en, bij navordering, als er sprake is van repeterende onjuistheden of kwade trouw. in het nieuwe correctiebeleid is geen sprake meer van een dubbele correctiegrens. het oude correctiebeleid werd in de jurisprudentie zó uitgelegd dat bij het opleggen van een aanslag enkel mocht worden gecorrigeerd als:
- de te betalen belasting naar aanleiding van een correctie meer bedroeg dan € 225; én
- er daarnaast sprake was van een inkomenscorrectie van meer dan € 500.
alternatieve correctiegrens
het nieuwe correctiebeleid voorziet ook in een alternatieve correctiegrens voor situaties zoals een verliessituatie, waarin een aanzienlijke correctie op het inkomen of de winst toch niet leidt tot een verschuldigde ib of vpb van minimaal € 225/€ 450.