de volgende feiten waren van belang voor het oordeel van het hof:
- de omstandigheden waaronder de dga en de derden bereid waren te lenen aan de bv waren nagenoeg gelijk, namelijk een nieuwe ondernemingsactiviteit (verkoop rechtstreeks aan particulieren via internet), een gering eigen vermogen van de debiteur en voorrang voor de bank (achterstelling en zekerheden);
- de aanwezigheid van twee geldschieters die geen aandeelhouder zijn, maar die aanzienlijk hogere bedragen hebben uitgeleend tegen slechtere voorwaarden.