Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat door de overdracht van de commanditaire belangen aan de beherend vennoot (lees: de dochter-bv) er feitelijk geen sprake meer is van een samenwerkingsverband. Als gevolg van de akte van cessie is de dochter-bv zowel schuldeiser als schuldenaar geworden ten aanzien van de rekening-courantschuld. Hierdoor is de verbintenis door schuldvermenging tenietgegaan. Als gevolg hiervan is de rekening-courantschuld vrijgevallen. De holding-bv maakt niet aannemelijk dat er sprake is van een informele kapitaalstorting of van een onzakelijke lening, bodemlozeputlening, deelnemerschapslening of een lening in de zin van artikel 10b Wet Vpb. De inspecteur heeft het bij de vrijval van de schuld opkomende voordeel terecht aangemerkt als kwijtscheldingwinst en – na toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling – betrokken in de belastbare winst.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief