het hof oordeelt dat de doorschuiffaciliteit van artikel 4.17c wet ib ook geldt in verband met de schenking van de aandelen in de holding-bv aan de zoon. vaststaat dat de maatschap een materiële onderneming drijft en dat een maatschap voor de ib- en vpb-heffing transparant is. dit houdt in dat de winst van maatschap voor 1% aan de werk-bv moet worden toegerekend. de omvang van het belang in de maatschap is daarbij niet van belang.