het besluit is op 7 mei 2021 in werking getreden en werkt terug tot 13 juni 2019. er wordt niet teruggekomen op gevallen waarin in deze periode btw ten onrechte in rekening is gebracht en bij de afnemer in aftrek is gebracht.
aanleiding
aanleiding voor dit besluit zijn een uitspraak van het eu-hof van justitie van 13 juni 2019 (c-420/18) en een uitspraak van de hoge raad van 26 juni 2020 (ecli:nl:hr:2020:1143). deze uitspraken betroffen een lid /voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies respectievelijk de commissaris van een toezichtsorgaan. zij waren niet in loondienst en zij waren ook anderszins onafhankelijk ten opzichte van hun opdrachtgevers. toch oordeelden het eu-hof en de hoge raad dat zij geen ondernemer waren, omdat zij hun economische activiteiten niet zelfstandig uitoefenden. zij hadden namelijk geen individuele taken of verantwoordelijkheden en zij werkten niet op eigen naam, voor eigen rekening en/of onder eigen verantwoordelijkheid. bovendien liepen zij geen economisch risico.
tip
heb je commissarissen en toezichthouders in je klantenpakket. ook als zij niet in loondienst zijn, zijn zij op grond van dit besluit meestal niet zelfstandig in de zin van artikel 7 wet ob. ook niet als zij bijvoorbeeld meerdere commissariaten hebben die als niet zelfstandig worden aangemerkt. op genoemde oude gevallen wordt niet teruggekomen. commissarissen en toezichthouders van wie de btw-positie door dit besluit is gewijzigd, moeten wel hun administratie aanpassen aan het gewijzigde beleid. attendeer hen hierop.