jaren later accepteerde de werkneemster op 20 augustus 2018 een tweede functie van rekeninstructrice voor gemiddeld 28 uur per week. snel daarna valt ze uit op 30 augustus 2018, dus binnen het tweede dienstverband. voor de werkgever was het financieel gunstiger geweest als ze voor 20 augustus 2018 al ziek was. daarom stelt de werkgever dat ze al voor de tweede indiensttreding per 1 juni 2018 ziek was. de werkgever voert als reden aan dat de werkneemster in juni 2018 werd behandeld wegens zeer langdurige psychische klachten. dit waren dezelfde klachten waardoor ze op 30 augustus 2018 wéér uitviel. ze was bij indiensttreding dus al niet geschikt voor dit werk.
standpunt uwv
het uwv mag – bij de ziek-uit-dienstmelding – uitgaan van de door de werkgever opgegeven dag. op grond van artikel 29-3 ziektewet geldt als eerste ziektedag de dag waarop de werkneemster niet heeft gewerkt of het werken heeft gestaakt. dat was op 30 augustus 2018. volgens het vaste beoordelingskader van de crvb (ecli:nl:crvb:2024:427) moet het weerleggen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag aannemelijk worden gemaakt met objectieve medische gegevens. de behandelaars van de werkneemster geven pas per 30 augustus 2018 een forse terugval aan. vreemd is dat er geen ziekmelding is in de maand juni. bovendien ontbreekt er objectieve medische informatie hoe haar gesteldheid was op de datum van indiensttreding. de ziektewetuitkering wordt wél toegerekend.
commentaar
vanuit een civiel-arbeidsrechtelijk perspectief zou deze zaak mogelijk meer kans hebben gehad, maar niet binnen de sociale zekerheid. het is bijna een abc’tje, omdat een concrete ziekmelding (in juni) wel het minste is wat je als werkgever dan had moeten vastleggen. zeker gezien de – niet functiegebonden – aard van de klachten.