tot aan het arrest van de hoge raad (21 maart 2025) zag het ernaar uit dat pieter van zijn regresvordering van € 50.000 maar € 25.000 zou terugzien. dat zou volgen uit de interpretatie van bw 1:94-7; de regresschuld van koosje aan pieter heeft immers betrekking op een woning die voor het sluiten van het huwelijk al een gemeenschappelijke bezitting was. daardoor zou die regresschuld na het sluiten van het huwelijk opgaan in de gemeenschap, waardoor pieter dus € 25.000 zou kwijtraken.

dit gevolg was voor pieter onverteerbaar. in een vergelijkbare casus is dit uitgeprocedeerd tot aan de hoge raad. die oordeelde op 21 maart jl. dat deze interpretatie van bw 1:94-7 niet juist is en dat de regresschuld van koosje aan pieter van € 50.000 buiten de gemeenschap blijft.

tip
gaat je cliënt trouwen en is er sprake van meerinbreng van een van beiden? leg dit dan schriftelijk vast.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief