Het hof noemt de volgende feiten waaruit dit kan worden opgemaakt:

  • De akte waarbij de holding-bv de onderneming overdraagt aan de dochter-bv is namens de dochter-bv medeondertekend door de dochter.
  • In de periode tussen 10 december en 22 december 2010 (moment van de overdracht van de onderneming) is de verhuur van het pand geëindigd, waarbij de DGA een resultaat van € 32.923 heeft behaald.

De inspecteur had gesteld dat er bij de verkoop van de aandelen sprake was van een winstuitdeling van € 167.000. Het hof gaat daarin echter niet mee, omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de DGA zijn dochter bewust heeft willen bevoordelen. Ook is er geen sprake van goodwill.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief