de inspecteur bevestigt dat de vrouw de lijfrentepremie niet in 1999 heeft afgetrokken, maar mogelijk wel in 1998. vaststaat dat er vanwege het lange tijdsverloop geen andere bewijsmiddelen zijn dan de verklaring van de vrouw dat zij de premie niet in 1998 heeft afgetrokken. de rechtbank vindt de verklaring geloofwaardig en staat toe dat de premie in mindering komt op de bruto-uitkering. daardoor moet ook de in rekening gebrachte revisierente worden verlaagd.