het hangt ervan af of bij de verdeling de wettelijke verdeling is toegepast. dat is het geval als er geen testament was en de wettelijke verdeling na overlijden niet ongedaan is gemaakt. verder als er wel een testament was, waarbij in het testament en bij de afwikkeling niet van deze wettelijke verdeling is afgeweken. in dat geval bepaalt artikel 4.13, tweede lid dat de voldoening van de schulden van de nalatenschap voor rekening van de langstlevende komt. op grond van artikel 7, eerste lid letter e is de erfbelasting over de papieren vordering een schuld van de nalatenschap. in artikel 4.13, derde lid is weer bepaald dat de vordering van het kind overeenkomt met de waarde van zijn aandeel. ofwel, na (verplichte) saldering met de betaalde erfbelasting.

is dus de wettelijke verdeling ongedaan gemaakt, of is er een testament met een quasi-wettelijke verdeling? dan is er geen sprake van verplichte saldering. in dat geval kan moeder de betaalde erfbelasting aanmerken als een separate vordering en deze (al dan niet in termijnen) kwijtschelden. let er wel op dat de defiscalisering in box 3 in dat geval niet ziet op deze separate vordering.

 tip
geeft het vermogen van de langstlevende aanleiding tot jaarlijkse schenkingen en was bij de afwikkeling de wettelijke verdeling niet van toepassing? denk er dan aan om de vordering inzake erfbelasting te separeren en afzonderlijk kwijt te schelden.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief