de svb keek hierbij niet alleen naar de procentuele fysieke werkzaamheden in nederland, maar ook naar factoren zoals zijn woonplaats, de registratie van het schip en het vestigingsadres van de eigenaar. welke factoren moeten worden meegewogen?
commentaar
het hof van justitie (hvj) oordeelt dat alleen de kwantitatieve criteria arbeidstijd en/of bezoldiging in het woonland mogen worden meegewogen om te beoordelen of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in de woonstaat is verricht. andere factoren, zoals de woonplaats van de werknemer, de registratielocatie van het schip, of de vestigingsplaats van de werkgever, mogen hier niet bij worden betrokken. de grens van minstens 25% van arbeidstijd en/of bezoldiging in de woonstaat is bindend. als die niet wordt bereikt, kan er niet worden gesteld dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in het woonland wordt verricht.
ook geeft het hvj aan dat hierbij moet worden gekeken naar de verwachting voor de komende twaalf maanden, na de start van werkzaamheden in meerdere lidstaten. met eerdere werkzaamheden wordt geen rekening gehouden.
tip
maak bij grensarbeiders of werknemers die in meerdere lidstaten werken duidelijke afspraken en schat het aantal werkdagen/percentage van de beloning in het woonland goed in.
wil je meer weten over internationale loonheffingen? schrijf je dan in voor de cursus ‘internationaal werken; salarisadministratie bij grensoverschrijdend werk’.