de rechtbank oordeelde dat de franchisegever toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de franchiseovereenkomst. hoewel de franchisegever aanvullende opleidingseisen stelde aan de bestuurder, was dit op zichzelf geen tekortkoming. de broer van de bestuurder voldeed aan de eisen en kon als bedrijfsleider optreden, wat de overeenkomst toestond. omdat het niet voldoen aan de opleidingseisen door de bestuurder niet als reden voor beëindiging werd genoemd, had dit geen rechtsgevolg. de franchisegever gaf later aan het vertrouwen op te zeggen vanwege marktomstandigheden. dat gold volgens de rechtbank als een afwijzing van verdere nakoming en dus als een toerekenbare tekortkoming. schadevergoeding is toegekend.
uit de wet en rechtspraak volgt dat elke tekortkoming (van voldoende gewicht) de andere partij het recht geeft op een vergoeding van de schade die door de tekortkoming is geleden. op grond van artikel 6:80, lid 1, sub b bw was de franchisegever in verzuim, omdat uit zijn brief bleek dat hij niet (meer) bereid was de franchiseovereenkomst voort te zetten.

tip
onderschat het belang niet van wederzijds vertrouwen en het vastleggen van duidelijke afspraken in franchiseovereenkomsten. franchisegevers kunnen niet zomaar aanvullende eisen stellen of te snel eenzijdig het vertrouwen opzeggen zonder gevolgen. voor franchisenemers onderstreept deze zaak dat het niet vanzelfsprekend is dat een schadevergoeding wordt toegekend. ook al staat het vast dat de franchisegever de franchiseovereenkomst niet is nagekomen(!).

 heb je vragen of wil je meer weten over franchise of het correct nakomen van (franchise)overeenkomsten in het algemeen? denise van zijl is advocaat ondernemingsrecht en kan je hierbij van dienst zijn (d.vanzijl@fiscount.nl).

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief