Centraal in deze zaak staat de uitleg van de bepaling over de opzegbevoegdheid. Volgens de franchisegever moet het uitgangspunt zijn dat een overeenkomst voor bepaalde tijd in principe eindigt van rechtswege, zodra de looptijd is verstreken. De expiratiedatum is volgens haar een dode letter als zij tegen die datum de overeenkomst niet of slechts onder strenge voorwaarden mag opzeggen.

Haviltexcriterium
De rechtbank toetst de bepaling aan het Haviltexcriterium. De Hoge Raad introduceerde dit criterium in 1981 voor situaties waarin het onduidelijk is wat er feitelijk is afgesproken. De rechtbank toetst met toepassing van dit criterium of de uitleg die de franchisegever aan de opzegbepaling in de franchiseovereenkomst geeft, redelijk is op grond van de feiten en omstandigheden. Gezien de bewoordingen van die bepaling, oordeelt de rechtbank in deze zaak als volgt: de franchisegever heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangereikt om te kunnen concluderen dat de bedoeling van partijen is geweest dat de franchiseovereenkomst zonder meer op de expiratiedatum zou kunnen worden beëindigd door opzegging. De wens om via standaardcontracten meer uniformiteit te bereiken, de geringe medewerking van de BV en klachten van klanten van de snackbar van de BV rechtvaardigen de opzegging niet.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief