Dit is de einduitspraak in de zaak voor Hof Den Haag. De Hoge Raad besliste diezelfde dag in gelijke zin ook in de twee zaken voor Hof Den Bosch (ECLI:NL:HR:2017:286 en ECLI:NL:HR;2017:287). In alle zaken stelt de Hoge Raad eerst vast dat er sprake is van een systematische inbreuk op het privéleven. Daarbij gaat het niet om een of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens.
Voldoende precieze wettelijke grondslag
Er moet voor deze handelwijze op grond van artikel 8 EVRM een voldoende precieze wettelijke grondslag bestaan. Dat wil zeggen dat de inbreuk op het privéleven moet berusten op een naar behoren bekendgemaakt wettelijk voorschrift. Hieruit moet de burger met voldoende precisie kan opmaken:
- welke gegevens ‘die betrekking hebben op zijn privéleven’ met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd; en
- onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt.
Aan dit vereiste voldoen niet:
- de algemene taakstelling van de Belastingdienst (artikel 2, lid 1 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003);
- de naheffingsbevoegdheid van de inspecteur op grond van artikel 20 AWR;
- de regeling voor belastingheffing wegens privégebruik van auto’s (artikel 13bis Wet LB);
- artikel 55 AWR, dat overheidsorganen gebiedt om informatie aan de inspecteur te verstrekken die hij/zij opvraagt om de belastingwet te kunnen uitvoeren; of
- enige andere wettelijke bepaling.
Voor de beoordeling van de rechtvaardiging van de inbreuk op het privéleven is niet relevant of de Belastingdienst de nummerplaatgegevens zelf systematisch heeft verzameld of dat een andere overheidsinstantie, zoals de politie, deze gegevens heeft aangeleverd.
Tip
Controleer of u cliënten heeft bij wie naheffings- of navorderingsaanslagen zijn opgelegd, waarbij de Belastingdienst zich baseert op de nummerplaatgegevens. Die aanslagen kunt u eenvoudig bestrijden met een beroep op de bovengenoemde uitspraken van de Hoge Raad, mits de bezwaartermijn nog niet is verstreken.