rechtbank zeeland-west-brabant is het met de inspecteur eens. de man maakt niet aannemelijk dat aan het hoofdverblijfcriterium is voldaan. de volgende feiten en omstandigheden bevestigen dat het verblijf in de woning tijdelijk was:

  • extreem laag stroom-, water- en gasverbruik;
  • pogingen tot eerdere opzegging van gas-, water en elektriciteitscontracten en internet- en televisieabonnementen.

verklaringen van zijn vader en een derde tonen weliswaar aan dat hij in de woning verbleef, maar niet dat hij de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf heeft gebruikt.

verder kan de omstandigheid dat de man kort na de aankoop van het appartementsrecht zijn partner heeft ontmoet niet worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 15a, vierde dan wel vijfde lid, van de wbr. de inspecteur heeft daarom terecht een naheffingsaanslag ovb opgelegd naar het algemene ovb-tarief.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief