rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de naheffingsaanslag en de vergrijpboete terecht zijn opgelegd. met name door de verklaringen van de bestuurder van de maatschappij tegenover de inspecteur, moet ervan worden uitgegaan dat de facturen vals zijn en dat de ondernemer opzettelijk voorbelasting heeft geclaimd, terwijl hij wist dat daar geen recht op bestond. ook acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat de ondernemer de hoge facturen contant zou hebben betaald. uit niets blijkt dat hij daarvoor voldoende financiële middelen beschikbaar had. zowel de naheffingsaanslag (€ 37.664) als de in rekening gebrachte belastingrente (€ 3.738) blijven in stand. de rechtbank vermindert wel de boete met 15% tot € 14.838 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief