de belastingrente is berekend over € 450.000 en ook over de periode waarin de belastingdienst over de betaling op de eerste voorlopige aanslag beschikte. daarmee gaat de dga niet akkoord. de hoge raad oordeelt dat de inspecteur geen belastingrente mag berekenen over de periode waarin de belastingdienst vanwege van de eerste voorlopige aanslag al beschikte over het bedrag van € 450.000. daarbij verwijst de hoge raad naar zijn uitspraak van 18 november 2022, waarin een identieke zaak aan de orde was. de inspecteur mag daarom slechts belastingrente in rekening brengen over de periode vanaf 2 februari 2018 (datum van de tweede voorlopige aanslag) tot de einddatum van de belastingrentebeschikking. de rente moet bovendien worden berekend over de teruggaaf van € 446.243 en niet over € 450.000.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief