de hoge raad oordeelt dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door uit eigen beweging de voor het bua relevante feiten vast te stellen en op basis van die feiten te concluderen dat de aftrek moet worden geweigerd. de opgelegde naheffingsaanslagen over de tijdvakken in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 en de bij die naheffingsaanslagen gegeven beschikkingen inzake belastingrente moeten worden vernietigd. de bv heeft daarnaast voor de tijdvakken in de periode 1 juli 2015 tot en met 30 september 2016 recht op de verzochte btw-teruggaaf van in totaal € 115.564.
recht ambtshalve toepassen
de hoge raad geeft aan dat het hof er terecht van uitgegaan is dat de rechter bij de beslechting van een geschil gehouden is om het recht ambtshalve toe te passen. oók als er op dat recht geen beroep wordt gedaan. maar die gehoudenheid van de rechter geldt alleen indien en voor zover de tussen partijen vaststaande feiten daartoe dwingen. en daar wringt de schoen. in deze zaak was er geen sprake van vaststaande feiten en omstandigheden. het hof is deze namelijk uit eigen beweging gaan vaststellen. nu de inspecteur zijn standpunten ten aanzien van het bua had ingetrokken, is het hof daarmee buiten de rechtsstrijd van partijen getreden.