de ex-echtgenoten hebben in 2017 niet gekozen voor voljaarspartnerschap. volgens het hof was de door de man betaalde hypotheekrente in december 2013 (€ 1.098) volledig aftrekbaar. de helft was volgens het hof aftrekbaar als eigenwoningrente op grond van de echtscheidingsregeling (artikel 3.111, lid 4 wet ib 2001) en de andere helft als alimentatie voor de ex-echtgenote (artikel 6.3, lid 1, letter a wet ib 2001). daarbij oordeelde het hof dat de toepassing van de echtscheidingsregeling niet beperkt blijft tot situaties van (mede-)eigendom van de vertrekkende ex-partner. de 2-jaarstermijn van deze regeling liep daarom volgens het hof door na 1 december 2013.
(mede-)eigendomseis geldt onverkort
de hoge raad draait dit oordeel terug. de voorwaarde dat de woning aan de belastingplichtige ter beschikking moet staan (artikel 3.111, lid 1 wet ib 2001) geldt namelijk onverkort bij toepassing van artikel 3.111, lid 4 wet ib 2001. alleen de bewoningseis vervalt bij toepassing van laatstgenoemd artikel. wel volgt verwijzing naar hof arnhem-leeuwarden, omdat nog moet worden beoordeeld of:
- de man in 2013 economisch (mede-)eigenaar was van de woning. in dat geval loopt de echtscheidingsregeling wel door na 1 december 2013;
- de helft van de rente die niet aftrekbaar is als eigenwoningrente, wel aftrekbaar is als onderhoudsverplichting.