het hof beslist hier anders dan de rechtbank, die wel vond dat de therapeute het gelijkwaardige kwaliteitsniveau had aangetoond. het hof valt met name over het feit dat zij weliswaar op hbo-bachelorniveau is opgeleid, maar dat die opleiding niet specifiek beroepsgericht is (een hbo-bachelor maatschappijleer). daarmee voldoet zij niet aan de voorwaarden die het besluit van 29 maart 2016 verbindt aan de toepassing van de btw-vrijstelling door niet big-geregistreerden.
minimale eisen
het besluit beschrijft de minimale eisen waarmee het gelijkwaardige kwaliteitsniveau kan worden aangetoond. die eisen betreffen met name het opleidingsniveau; dat moet in het algemeen hbo-niveau zijn. een opleiding op mbo-niveau volstaat alleen als de medische dienst gelijksoortig is aan een behandeling van een big-geregistreerde behandelaar, waarvoor de wet big een afgeronde mbo-opleiding eist. het aantonen van het opleidingsniveau wordt veelal gekoppeld aan een accreditatie door een erkende instelling. bovendien moeten alle medische behandelaren in ieder geval beschikken over medische basiskennis of psychosociale basiskennis.
commentaar
verricht een niet-big-geregistreerde behandelaar (acupuncturisten, osteopaten, homeopaten, praktijkondersteuners, etc.), behandelingen, die aantoonbaar gelijkwaardig zijn aan diezelfde behandelingen door big-geregistreerden – en heeft hij of zij belang hebben bij toepassing van de btw-vrijstelling? dan kan de behandelaar binnen zes weken bezwaar maken tegen de btw-afdracht op de eigen aangifte. maar de gelijkwaardigheid van de diensten moet wel degelijk worden onderbouwd, zo blijkt uit deze uitspraak. twee uitspraken waarbij dit is gelukt:
verder is van belang dat de aanspraak op de medische vrijstelling moet blijken uit de administratie. dat wil zeggen dat belaste en vrijstelde behandelingen apart moeten worden vastgelegd in de administratie van je cliënt.