de inspecteur stelt dat de uitvoer dus samenhangt met de levering het paard, dat door de koper op de britse maagdeneilanden is doorverkocht. de bv was dus geen eigenaar van het paard op het moment van de uitvoer en kan daarom het nultarief niet toepassen. de bv maakt niet aannemelijk dat zij tot de uitvoer als eigenaar over het paard kon beschikken. er was onder meer geen schriftelijke verkoopovereenkomst. de stelling van de inspecteur blijft daarom overeind, oordeelt rechtbank zeeland-west-brabant.
volgens de rechtbank slaagt de bv ook niet in haar stelling dat de levering in belgië heeft plaatsgevonden, omdat daar het vervoer is aangevangen. de bv maakt niet aannemelijk dat de levering niet in nederland heeft plaatsgevonden. de naheffingsaanslag is terecht, maar moet wel worden verminderd. de inspecteur heeft namelijk de stelling van de bv dat zij de btw niet op haar afnemer kan verhalen, onvoldoende weersproken.