de rechtbank toetst de feiten en omstandigheden van het geval en concludeert dat de gezagsverhouding ontbreekt. er is wel een instructiebevoegdheid, maar die niet gaat niet verder dan wat gebruikelijk is bij een opdrachtrelatie. wel is er sprake van een fictieve dienstbetrekking – aanneming van werk – nu de belastingdienst aannemelijk heeft gemaakt dat de zzp’er geen onderneming drijft.
commentaar
de rechtbank maakt hier een terecht en goed gemotiveerd onderscheid tussen de instructiebevoegdheid als werkgever dan wel als opdrachtgever. dat er geen sprake is van een ‘echte’ dienstbetrekking helpt de opdrachtgever niet. de rechtbank stelt vast dat de zzp’er geen ondernemersrisico loopt. er zijn bijvoorbeeld nagenoeg geen andere opdrachtgevers in deze jaren. dat is niet het juiste criterium; ook het volgtijdelijk hebben van meerdere opdrachtgevers is immers van belang bij de beoordeling van het ondernemerschap. de casus maakt duidelijk dat een juiste en regelmatige toetsing van de arbeidsverhouding de risico’s voor de opdrachtgever beperkt.