hof arnhem-leeuwarden oordeelt dat de zoon terecht meent dat de verkrijging van hele woning vrijgesteld is van overdrachtsbelasting (ovb). de woning behoorde tijdens het huwelijk van zijn ouders tot de huwelijksgemeenschap. die gemeenschap is ontbonden door het overlijden van zijn moeder. zijn vader behield daarna de gerechtigdheid tot zijn eigen helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap. hij verkreeg (als bezwaarde) onder ontbindende voorwaarde de andere onverdeelde helft van de huwelijksgemeenschap die tot de nalatenschap van moeder behoorde. de zonen verkregen (als verwachters) dezelfde helft onder opschortende voorwaarde.
gerechtigd tot huwelijksgemeenschap
tussen bezwaarde en verwachters zijn de wettelijke regels voor vruchtgebruik van overeenkomstige toepassing. de zonen zijn daardoor ook (voorwaardelijk) gerechtigd tot de huwelijksgemeenschap. het hof oordeelt dat daarom nog steeds sprake is van een situatie waarin een ontbonden huwelijksgemeenschap bestaat, waartoe de woning behoort. de ontbonden huwelijksgemeenschap is dus blijven bestaan en de vader en de zonen zijn gerechtigd tot de in de nalatenschap vallende onverdeelde helft van die huwelijksgemeenschap. tot eind december 2017 vond geen verdeling van de nalatenschap of de huwelijksgemeenschap plaats. de zoon verkrijgt de woning daarom eind 2017 uit de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap. die verkrijging is vrijgesteld van ovb.