hun beider concurrentieverboden worden wel beperkt tot een jaar. uit deze uitspraak blijkt dat het ging om een kort geding. om die reden kon de rechter deze zaken dus niet volledig inhoudelijk uitzoeken en behandelen. maar de rechter ziet vooralsnog onvoldoende feiten en omstandigheden om te bepalen dat onrechtmatig concurrentie is aangegaan met de werkgever. volgens de rechter is het stelselmatig en substantieel afbreken van het zogeheten duurzaam bedrijfsdebiet (kort gezegd: het complex van economische belangen voor de werkgever) in deze zaak niet voldoende aannemelijk geworden. uit de omzet- en winstcijfers blijkt namelijk dat het eigen bedrijf van de op staande voet ontslagen werknemer een zeer kleine speler is in de markt ten opzichte van de werkgever. en het is in die markt gebruikelijk dat een opdrachtgever zakendoet met meerdere uitzendbureaus. wel handelde die werknemer in strijd met het concurrentie- en relatiebeding, doordat hij zakendeed met opdrachtgevers van de werkgever.

verbod op concurrerende activiteiten
deze uitspraak raakt ook zijn oud-collega, aangezien de onderneming van de ontslagen werknemer geen ‘chinese walls’ heeft. daarom – en bovendien om omzeiling van het concurrentiebeding te vermijden – verbiedt de rechter niet alleen beide werknemers, maar ook de onderneming van de ontslagen werknemer, om concurrerende activiteiten te verrichten. en dat niet voor de in hun beding overeenkomen periode van 2 jaar, maar 1 jaar.

jurist en trainer arbeidsrecht frank troost werkt onder meer voor fiscount en adviseert en begeleidt werkgevers en werknemers bij onder meer bedrijfsbeschermingskwesties. neem voor vragen contact op via f.troost@fiscount.nl of 038 – 45 61 900.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief