groepsaccommodaties zijn naar de mening van de staatssecretaris te weinig onderscheidend van hoteldienstverlening. bovendien zou een nieuwe fiscale definitie moeten worden geformuleerd. de staatssecretaris twijfelt aan de juridische houdbaarheid van een dergelijke definitie. ook zou dit tot nieuwe afbakeningsproblematiek leiden en daarmee tot meer fiscale procedures en hogere uitvoeringslasten.

geen terugwerkende kracht
volgens de staatssecretaris is er geen sprake van een btw-verhoging met terugwerkende kracht, zoals de stichting stelt. ongeacht het moment waarop een overeenkomst wordt gesloten, is de btw (en daarmee ook het toepasselijke btw-tarief) verschuldigd op het moment waarop de onderliggende prestatie wordt verricht, dan wel op het tijdstip waarop een vooruitbetaling op die prestatie plaatsvindt. van eventuele terugwerkende kracht is daarom geen sprake. om die reden zijn vooruitbetalingen in 2024 op een prestatie die pas in 2026 plaatsvindt nog belast naar het 9%-tarief. maar een vooruitbetaling in 2025 op diezelfde prestatie is belast naar het 21%-tarief gelet op de overgangsregeling die sinds 1 januari jl. van toepassing is.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief