er is sprake van het niet doen van een aangifte als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
- de ondernemer is uitgenodigd tot het doen van aangifte; en
- hij heeft de aangifte niet binnen de gestelde termijn ingediend; en
- hij heeft de aangifte ook niet verzonden vóór de uiterste verzenddatum genoemd in de aanmaning.
de inspecteur heeft de aanmaning verzonden naar het huisadres van de ondernemer. hij wist echter dat de ondernemer daar tijdelijk niet woonde, omdat hij in detentie zat. hij heeft de ondernemer dus onjuist aangemaand. een vergrijpboete moet dan achterwege blijven, zelfs als de ondernemer wist dat hij aangifte moest doen en hij opzettelijk de aangifte niet tijdig heeft gedaan. de hoge raad verwijst hiervoor naar een eerdere uitspraak van 14 april 2017.