Hof Amsterdam oordeelt dat de verhuiskosten niet zijn gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van de werkzaamheid. Het hof baseert dit op de volgende feiten en omstandigheden:
- De man werkt 4,5 tot 5 dagen per week in loondienst en verdient daarmee vrijwel zijn gehele (bruto) inkomen;
- hij besteedt als buitenpromovendus tijd aan het onbezoldigd schrijven van een proefschrift;
- hij verricht in 2016 slechts incidenteel werkzaamheden door annotaties te schrijven met zijn eigen rechtsbijstandspraktijk;
- in 2016, maar vooral ook in de jaren daarna is de omvang van deze laatstgenoemde werkzaamheden alleen maar verder verminderd. Dat geldt zowel voor wat betreft de bruto-inkomsten als de vermoedelijk daaraan besteedde tijd.
Het is dan volstrekt onaannemelijk om met het oog op de voortzetting van bovengenoemde werkzaamheden verhuiskosten te maken, aldus het hof. Dat zou ook alle redelijkheid te buiten gaan en zelfs een evidente wanverhouding tussen nut en uitgave teweegbrengen,De man heeft daarom geen recht op aftrek van verhuiskosten en daarmee ook geen recht op aftrek van het verhuiskostenforfait.