de rechtbank baseert haar oordeel op de reden waarom de wetgever de verlengde navorderingstermijn heeft ingevoerd. die reden ligt in het feit dat de belastingdienst minder toereikende controlemogelijkheden heeft bij inkomens- en vermogensbestanddelen die in het buitenland opkomen. daarvan is in deze zaak geen sprake, omdat:
- de fees aan de belgische vof integraal zijn verantwoord in de jaarrekeningen en vpb-aangiften;
- de rpa-overeenkomst, alsook de maandelijkse facturen van de fees, de bankafschriften en de transferpricingdocumentatie betreffende de fees steeds aanwezig zijn geweest in de nederlandse administraties van de dochter-bv’s.
de belastingdienst had de fees kunnen onderzoeken, omdat de daarvoor benodigde gegevens steeds beschikbaar waren in de nederlandse administraties van de dochtervennootschappen.
de navorderingstermijn is dan 5 jaar (en niet 12 jaar) en die termijn is inmiddels verstreken. daarom moeten de navorderingsaanslagen worden vernietigd.