de splitsingsvrijstelling in de ovb is niet van toepassing als de afsplitsing voor meer dan 50% is ingegeven door het ontgaan van belastingheffing. als de aandelen in de splitsende bv (hier de dochter-bv) binnen drie jaar worden verkocht, wordt aangenomen dat er onzakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan de afsplitsing. het is dan aan de afgesplitste bv om aannemelijk te maken dat de afsplitsing wél op zakelijke motieven berust. daarin is de afgesplitste bv in deze zaak niet geslaagd volgens het hof.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief