rechtbank noord-nederland oordeelt dat bij het bepalen van het werkelijke rendement het werkelijke rendement van het gehele vermogen in aanmerking moet worden genomen – en niet slechts het werkelijke rendement van één vermogensbestanddeel. tot het werkelijke rendement moeten ook de waardestijging van de verhuurde woning en de ontvangen huurinkomsten worden gerekend. het werkelijke rendement over het gehele vermogen is dan hoger dan het forfaitaire rendement.