Volgens de Wet IB 2001 zijn giften alleen aftrekbaar als zij zijn gedaan aan een instelling die voldoet aan de Nederlandse ANBI-voorwaarden, waaronder de registratievoorwaarde. Omdat de buitenlandse instellingen niet aan deze formele eis voldeden, heeft de inspecteur de giftenaftrek afgewezen. Frans vindt dit onredelijk en meent dat de registratievoorwaarde in strijd is met het Unierecht, met name de vrijheid van kapitaalverkeer. Het hof heeft dit standpunt verworpen.

Strijd met Unierecht
A-G Pauwels had de Hoge Raad geadviseerd om vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie in verband met de vermeende strijd met het Unierecht. Volgens de Hoge Raad is dat niet nodig. De Nederlandse regeling maakt geen onderscheid naar vestigingsplaats. Zowel binnenlandse als buitenlandse instellingen kunnen een ANBI-status aanvragen. Van een juridische of feitelijke belemmering van het vrije kapitaalverkeer is dan ook geen sprake. Het argument dat de aanvraagprocedure voor buitenlandse instellingen onredelijk bezwarend zou zijn, verwerpt de Hoge Raad ook. De procedure geldt op gelijke wijze voor Nederlandse en buitenlandse instellingen en is niet zodanig dat zij feitelijk uitsluiting veroorzaakt.

Kortom, als een buitenlandse goeddoelinstelling geen ANBI-status in Nederland aanvraagt, is de giftenaftrek voor de Nederlandse schenker aan die instelling niet mogelijk.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief