Om de eventuele schenking te bepalen, spelen diverse factoren een rol, waaronder de rentevergoeding. Volgens de staatssecretaris van Financiën zijn de forfaitaire regels in artikel 5 tot en met artikel 10 UBSW daarvoor niet bruikbaar. De forfaits zijn sinds 1980 niet meer aangepast. Zo wordt nog steeds uitgegaan van een rekenrente van 6%, terwijl de marktrente fors lager is. Ook is de levensverwachting van personen gestegen.
Omdat er geen markt bestaat voor overbedelingsschulden, accepteert de Belastingdienst de marktrente die wordt gehanteerd bij de oprenting van een oudedagsverplichting (artikel 38p Wet op de loonbelasting 1964 jo. artikel 12.3a Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011). Met deze ‘marktrente’ kan de contante waarde berekend worden van de schuld. Een aflossing op de schuld die hoger is dan de contante waarde, leidt tot een schenking, aldus de Belastingdienst. Deze schenking moet vervolgens fiscaal gewaardeerd worden op basis van de hiervoor genoemde verouderde forfaits en levensverwachtingen.